Logo

Waarom ik mezelf nog altijd Business Intelligence Architect noem

| 8 maart 2017 | Overige

Op mijn visitekaartje staat nog altijd Business Intelligence architect en daar ben ik trots op. In de laatste 20 jaar hebben BI professionals effectieve methodes verzameld die mensen in staat stellen om met behulp van informatie waarde te creëren in hun diensten en bedrijven. Dat is de essentie van BI.
De bron van de informatie, of het nu een ERP-systeem of een webserver log is, is niet van belang voor de gebruikswaarde van die informatie.

Nieuwe technologische competenties leveren nieuwe etiketten op: data engineer, big data architect en data scientist, om er een paar te noemen. Deze titels gebruikt men om eigen kwaliteiten te onderscheiden van anderen en zo zich te verkopen op de markt. Daar is niets mis mee.

De laatste paar jaar merk ik dat de term ‘Business Intelligence’ geassocieerd wordt met ouderwets en achterhaald. Het is passé en niet sexy meer. Prima, dat mag je vinden.

Maar wat me steekt is het gemak waarmee de verzamelde kennis, die is opgebouwd door hard werk en jammerlijk falen, wordt afgedaan. Je ziet de nieuwe technologie professionals binnen komen, vaak onbewust van de valkuilen die hun BI voorgangers geleerd hebben te ontwijken. Twee zaken vallen me op:

  • Altijd gaat het gesprek over de data en nooit over de gebruiksnoodzaak, de ‘use case’. Als BI ons iets geleerd heeft is het wel dat mensen niet met data werken. Mensen hebben een use case en hebben informatie nodig ter ondersteuning van de use case.
  • De nieuwe technologie professionals zijn gefocust op technologie. Zij geloven, bewust of onbewust, dat mensen op data afkomen als wild naar een drenkplaats in de Serengeti. Het maakt me ongemakkelijk, BI professionals dachten hetzelfde voor een hele lange tijd en we kregen ons ongelijk bewezen.

Zit er dan geen waarde in de nieuwe technologieën? Natuurlijk wel!
Waarde onttrekken uit data is alleen maar een grotere uitdaging geworden. Het samenstellen van consumeerbare informatie uit verschillende soorten data is niet makkelijk.

Waarde ontstaat uit informatie door samenwerking en discussie tussen mensen. Gebruikers doorgronden het complexe voorbereidende proces om data consumeerbaar te maken niet. Zij zijn geïnteresseerd in de mogelijkheden om gebruik te kunnen maken van de data. Technologie professionals moeten een actieve rol spelen in de samenwerking, in plaats van de passieve rol die ik vaak observeer.

De clichématige analogie dat we van kleine databronnen naar data lakes zijn gegroeid, waar iedereen zijn informatiemonster kan nemen, is gebrekkig. We zijn verhuisd naar een brak moerasland waar vele waardevolle mineralen en exotische planten te vinden zijn. Hieruit consumeerbare producten creëren vraagt om expertise.

We hebben nieuwe architecturen nodig. Ik wijs vaak naar het voortreffelijke werk van Barry Devlin op dit gebied, zijn IDEAL en REAL architecturen. Context is het belangrijkste ingrediënt in het bereiden van consumeerbare informatie.

Het aantal softwaretools om context met de data deelbaar te maken groeit snel en verandert in een rap tempo. Wij, mensen met verstand van data en onderliggende structuren, moeten de gebruikers meenemen op de reis van wat technologie kan doen om nieuwe informatie te openbaren. Gebruikers van informatie moeten gelijktijdig hun nieuwe toepassingen van informatie met ons delen zodat wij hen beter kunnen ondersteunen. Precies zoals we geleerd hebben in BI.




Reacties via Twitter @MartijntenNapel of e-mail reacties@preachwhatyoupractice.nl